Joost van den Vondel (1587-1679)

SOFOKLESí

HERCULES IN TRACHIN

TREURSPEL


DEN EDELEN EN ERENTVESTEN HEERE

J¬KOB HINLOPEN VERM¬ES,

OUD-BEWINDHEERE DER GROENLANDSCHE MAATSCHAPPYE.

Indien mijn oogmerk ware, door het verduitschen van Hercules in Trachin, Sofoklesí hoogdravenden stijl en alle andere deugden, in Zijne treurspelen uitmuntende, voorbij te streven, zoo zoude mijn lierdicht, Horatius Flaccus, dien edelen Fenix der Latijnsche lierdichteren, ter eere toegezongen, alleen door veranderinge van den naam, aldus op mij passen:

Wie Sofokles dnrf steken naar zijn kroon,
Die tart, als Pan, Apolloís hoogen toon,
En krijgt inít eind den welverdienden loon
Van Midas-ooren.

Sofokles, zeeghaftig veldheer en vorst der trenrtooneel. poezye, was Enripidesí tijdgenoot, welke beide deze kunst in top en als op het hoog altaar zettende, in die koninklijke renbane om strijd liepen, en in een zelve jaar, volgens Apollodoors en Diodoors getuigenis, overleden: Sofokles van uitgestorte blijschap, geschept uit zijne triomfe, om het strijken van den prijs met zijne leste treurspel, in het negentigste jaars zijns ouderdoms, na achttien zegenrijke overwinningen, onder zijne veldheerschappije, bevochten. Zoo vierig blaakte dí ijver der Grieksche vernuften, om, op het spoor der ChaldeŽn en Egyptenaren, boven andere volken in wijsheid uit te steken. Euripides, om zijnen tijdgenoot in dnsdanigen stoffe niet toe te geven, voerde mede de Herakliden of Herculesí zonen, en hunne zuster Makario, en den dollen Hercules ten tooneele; en Seneca, of wie het is, heeft sedert ook, in twee treurspelen van Hercules, in het een Sofokles, in het ander Euripides, op zijne wijze nagebootst; znlks dat dí onde Grieksche en Latijnsche schouwburgen om strijd van deze stoffe gewaagden. Hercules hadde drie deelen der wereld aan zich verbonden, door zijne natuur- en staatkennis en starrewijsheid, het verdelgen der dwingelanden en gedrochten, en invoeren van wijze wetten en goude zeden, in voege dat hem een stoel, onder de halve Goden, bij de Latijnen indigetes genoemd, wierd ingeruimd, en een kerkwoud, priesterdom, altaar, offerande en feest toegekeurd; gelijk, onder anderen, Virgilius dien naamhaftigen held, met zijn plechtig offerfeest en jaargetijdige staatsie, hij koning Evander, door zijnen ∆neas helpt vieren, en met lofzangen verheerlijken. Hercules werden te Rome, in verscheide wijken, kerken en altaren, met byzondere titelen, gebouwd en toegewijd. Herculesí eer en faam steigerde zoo hoog, dat volken en steden om dien held streden, elk met Herculesí naam braveerde, de koningen hunne neven naar hem vernoemden, en alle braven dien naam, gelijk eeeen titel en juweel, in het voorhoofd voerden; zulks dat men, zoo Varro, de groote standertdrager der Afgodisten, zegt, in zijnen tijd, vierenveertig van dien naam kon berekenen. Juno getnigt van hem, in den dollen Hercules:

Indomita virtua colitur, et toto Deus
Narratnr orbe, (*)

De heilige oudvader Lactantius, handelende van den valschen Godsdienst, arbeidt hierom dapper, om de verleide zielen van dezen Afgod (vader van Zeventig meest basterdkinderen, en zelf een overwonnen basterd, en zoo diep in de harten der Heidenen geworteld) af te trekken, en ter keunisse van den eenigen warachtigen God te brengen. Hij ontdekt de schendige lasterstukken, en het onvermogen in rechtschape deugden van dien verwijfden, die, eene wijl onder dwang van Omfale in joffersgewaad, de spil en naald hanteerde; want, gelijk dezelve oudvader zegt, niet gedrochten, leenwen, draken, roofvogels, en Amazonen temmen, maar zich zelven van onmatige wellusten spenen, wraakgierige gramschap en begeerlijkheden intoomen, is een grooter overwinuinge; waarop ik dit vers paste:

ít Eiland van geen zeven voeten
Overweldigen, is meer
Dan al ít aardrijk om te wroeten
Met den degen en de speer.

Dit dan aldus, met een snedig onderscheid en gezond oordeel, ingezien, zoo kun het kunstig vertoonen van Herculesí val en gedroomde vergodinge ons geen misbruik van andersins leerachtige fabelen inplanten, nochte leeraren aan eenige Heidensche Godheid vergapen. Wij brengen Sofoklesí tooneelwerk, nu omtrent twee-en-twintig eeuwen, hij alle doorluchtige mannen en geletterde vernuften, in eere, te voorschijn, gelijk een kostelijk overschot en volkomen voorbeeld van den ouden tijd, na de droeve nederlaag van zoo veel goddelijke werkstukken, den nakomelingen nog gelukkig ter hand gekomen. De heer Hinlopen Vermaes, een begunstiger van uitnemende schilderkunst, en geleerde schriften, en inzonderheid van helden. poŽzye, in verscheide talen bekend, gelieve ons dí eer te gunnen van Zijne gedachten over dit werkstuk, hij gelegenheid, eens te laten weiden, en te zien, hoe elke personagiŽ hier, naar heuren staat en eisch, zich zelve natuurlijk, zonder eenige opgeblazenheid, uitbeeldt, gelijk Apelles, ten tijde van Alexander dan Grooten, zijne historien op het panneel tekende, en met levendige verwen, tot onsterfelijken lof, ten toon stelde. Wie dit treurspel, in de weegschale van een bezadigd oordeel, tegens den dollen ook Eteeschen Hercules van Seneca nauwkeurig opweegt, zal wel bevroeden, hoe de Latijnsche spelen van geleerdheid gepropt zijn, maar boven hunne kracht gespannen staande, met luid roepen en stampen, de Grieken pogen te verdooven, die ondertusschen hunne natuurlijke stem bewaren, en, gelijk afgerechte muzikanten, met kennisse begaafd, op de vereischte maat, de stem, naar den zin der woorden, weten te verheffen en te laten dalen, en hierom, op den Zangberg, den prijs hij dí allerwijste keurmeesters behouden. Uwe E., dit overwegende, zal hiervan kunnen oordeelen. Ondertusschen wensche ik altijd te blijven

Uwe E. E. oodmoedige dienaar           

  J. VAN VONDEL.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001