Joost van den Vondel (1587-1679)

OPDRACHT

VAN

HIPPOLYTUS

AEN

DEN GETROUWEN HOLLANDER. (*)

Een kijf-aas, en niet meer, dat baet u ’t lieve leven;
Sprack flaeuwelijck de tong der ongerechte schael;
Daer vrydom tegens bloet gewogen werd: daer ’t stael
Gestroopt, en ree was om den tweeden slagh te geven.
Die neerlaegh ghy ontsnapt: u Vader was ’er bleven.
Ghy bleef gevangen, en verreest weer andermael;
Na dat g’, een levend-lijck ontdoockt de Sonnestrael
En tuyghde, wat het kost, door deught, na lof te streven.
O! die de wereld zijt verscheenen als een son,
Behaegelijck aan stam en rancken van Bourbon;
De met u mond, na magt, gantsch Christelijck bevredight;
Ick bid, neemt in u schut en scherm mijn Hippolyt:
Sijn kuyscheyt heb ick u getrouwigheyt gewijdt;
Die ’t Vaderlandt, en alle onnoselen, verdedicht.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001