Joost van den Vondel (1587-1679)

IFIGENIE IN TAUREN

Aļ. 1666

I N H O U D.

Orestes, zoon van koning Agamomnon en Klytemnestre, bezeten van de Razornijen, door Apolloís gebod, in Tauren, een geweste van ScythiŽ, aangekomen, om zich van zijne moederslachtí te zuiveren, besluit het beeld van Diane, bij de Scythen aangebeden, heimelijk uit de kerke te schaken, om ter galeye uitgetreden, wordt van de landzaten gezien, en met zijnen bloed- en hals-vriend Pylades gevangen; maar ter kerke van Diane gebrocht, om als vreemde gasten, naar ís lands wijze, geslacht te werden, geraakt door onderling gesprek aan kennis van IfigeniŽ, zijne zuster, en priesterin van Diane, die tí Aulis een hinde in de plaatse stellende, toen ze van den vader geofferd zoude worden, haar herwaart voerde. Zij, na gesprek en beraad met Orestes en Pylades, wordt, onder schijn van zich te zuiveren, zeewaart geleid en gescbeept om te vluchten; hetwelk, aan koning Thoas verkundschapt, hem opwekt, om de vluchtelingen na te jagen. Hierop verschijnt Minerve aan Thoas, verbiedt den jacht, en gebiedt Orestes zijne reis met de zuster en het geschaakte beeld naar Grieken te voltrekken, uit dankbaarheid daar eene kerk te bouwen, en een jaarlijksch feest in te wijden, ter gedachtenisse der zuiveringe van zijne moederslacht, en het ontslaan van de strafe der Razernijen.

Het tonneeel der verzieringe wordt toegesteld in Tauren. De Rei bestaat uit Grieksche Vrouwen, dienstmaagden van Ifigenie.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001