Joost van den Vondel (1587-1679)

JOSEPH IN EGYPTEN

TREURSPEL

1640

INHOUDT

Joseph, van Madianners en IsmaŽllers in Egypten gevoerd, en verkocht aen Potiphar, Konink Pharoos kamerlingk en hofmeester wort door zijns heeren gunst vrij gemaekt, in kunsten en wetenschappen opgetrocken, en ten leste gezet inít opperste bewind vanít huis, door Godt merckelijck gezegend, onderít opzicht dezes jongelins, wiens wijsheit en deught in een schoon en welgeschapen lichaem uitmuntende, de Hofmeesteres zoo verleckerden, dat ze menighmael die godvruchtige en allerkuischte ziel tot onkuischheit zocht te bekooren maer tíelckens, zoo standvastelijck als godtvruchtelijck afgeslagen zijnde, en gelegentheit bespiedende, op zekeren feestdagh, op hare schandelijcke begeerte drong, en aenhiel, jae hem bij zijn kleet greep: waer over hy ten huize uitvliedende, het kleed ten beste gaf aen haer, die, alít huisgezin te zamen roepende, den Hebreeuw gewelt en schennis te last lei, ítwelck by haren gemael zulx gelooft werd, dat hy den beschuldigden inís konings gevangenisse smeet.

Het treurspel begint en endight met den dagh. Potipharís huis is het Tooneel. De Rei van Engelen spreekt de voorrede.

Zie Genesis 39 : 1 Ė 20.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001