Joost van den Vondel (1587-1679)

Klinckdicht

Philips had korts ghedroomt: hy sou heel Holland dwingen,
En Zeeland op een’ sprong; maer, Henrick, veel te gaeu
En ’tminste niet verschrickt voor Spaensche tigerklaeu,
Bestond, met maght en moed, de stad van Grol t’omringen.
  De posten inder ijl met dese tijding gingen
Na Spanjen; d’avondvorst riep eerst: dat luyd te blaeu!
Maer seker onderricht, besweeck hy en werd flaeu,
En sprack: verlies ick Grol, adieu mijn graafschap Lingen.
  Terwijl was Spinola om geld belaen te hoof;
Hy leende ’t hier op borg, en daer op goed geloof;
Maer al vergeefs, helaes! Hy bleef een ydel hoper,
  Want doen Philippes socht Philippen in sijn’ kas,
Bevond hy dat sijn munt van stof verandert was,
Het goud in lood verkeert, het silvergeld in koper.