Joost van den Vondel (1587-1679)

DE LEEUWENDALERS.

INHOUDT.

Toen de Leeuwendalers, door vrede en voors poel verwaent en baldadig geworden, op de feestspelen van vee- en jaght godt Pan de groote lantmaeltijt hielden, gebeurde het, datze, al beschoncken, en droncken, van woorden tot vuisten, en messen quamen. Waerandier, helt genoemt, om zijn sterckheit en vromicheit, een zoon des Woudtgodts; en Duinrijck, een zoon van Pan, zich midden onder het gevecht werpende, om onheil te verhoeden, en hevigen te scheiden, lieten er onnozelijck hun leven. Woudt- en Vee goden, hierom gestoort, plaeghden het lantschap, dat sedert noit rust hadde, want Zuidtzy en Noorlzy bleven door haet en nijt gedeelt, en beschadigden, en quetssten elckandere dagelijcks; de Zuidtzijde onder Lantskroon; de Noortzijde onder Volckaert, en zijn Medeheemraden.Godelieve, Waerandiers weduwe, was op haer mans lijck overleden, en had eenen zoon nagelaten, Adelaert genoemt, dien Lantskroon aennam, en opvoedde. Vredegunt, Duinrijcks zwangere weduwe, wert gedwongen met Kommerijn, wiens man onnozelijck neergeleit was, in duin te vluchten, gelijck meer andere vrouwen; daerze van een schoone dochter beviel, en op haer verscheiden leggende, Kommerijn, wiens borsten zy gezogen hadde, haren merckring gaf, en belofte van haer nam, datze het kint, alzoo zy voor vergift vreesde (want men uit boosheit Duinrijcks bloet zocht te vernielen) zoude onbekent op Heemraet Volckaerts werf te vondeling leggen, en deszelfs herkomste twintigh jaren verbergen. Aldus wert dit kint met een bloetroos op den arm geboren, in de hage gevonden, Hageroos hier naer geheten, en Grooten Vrerick over geleverd, die het zorgvuldigh opvoedde. Kommerijn uit haer armoetje geschupt, en hier langer geen lied te gemoet ziende, vertrock naer een vreemt gewest, daerze zich armelijck en eerlijck beholp. Verscheide voorspoken van aenstaende zwaricheden, en een vreesselijcke staertstar voor haer vertreck opkomende, en de lantzaten dreigende, beweegden hen ,raedt te vragen by Velleede, Priesterin en Waerzeghster van Pan, die jaerlijcks eenen jongeling, ten gezetten dage wettigh by keur en lot getrocken, eischte om tot een zoenoffer der gequetste Godtheit gestelt te werden ten doele des Wildemans, hun van Pan opgezonden: en hoewel men ondertusschen dickwijls by Velleede om een uitkomst aenhielt; zy troosteze niet dan met dubbelzinnigh antwoort. Na twintig jaren keerde Kommerijn, oudt en arm, weder, op het verschijnen van Vredegunt, haer radende den schuilhoek der ballingschappe, oock door tweedraght en oproer gesteurt, te verlaten, en het vaderlant, en d’oude buurt te bezoecken, daerze keur geluck zou vinden. Zy quam’er dan juist ten zelven daghe, dat het bloedigh lot op Adelaert viel, en hy na veele moeite ten dode des Wildemans gestelt wert. Hageroos uit minne, en door Adelaerts langduurige gedienstigheit bewogen (te meer, alzoo hy haer, effen te voren op de jaght, des schoffeerders handen ontweldigkde) boodt zich aen voor hem te sterven: maar Pan verscheen, schutte dien scheut en schortte het offer, niet zonder een duistere uitspraeck, waer over d’omstanders verbaest stonden. Kommerijn, op dit gerucht, aenkomende, en hoorende den naem van Vredegunt noemen geraeckte in gespreck met hun, broght de gelegenheit der geboorte van Hageroos aen den dagh, en wert voor haer getrouwicheit beloont. Toen zagh men den dagh door het orakel, sloot het huwelijck van Adelaert en Hageroos, beide uit Ackergoden gesproten; en vereenighde en verzoende in dit paer Zuidtzijde en Noortzijde. Lantskroon kende de Noortzijde van Leeuwendael voor een VRYHEIT op zich zelve. Men verwelkomde en omhelsde van wederzijde, en hier op ging de bruiloft in.

Tot goed verstaan geven we het volgende overzicht der personen, in dezen inhoudt en in het stuk voorkomende.

NOORDZIJDE
ZUIDZIJDE

Woudgod
|
\/

Pan
|
\/

Godelieve x Waerandier
\    /
\/

Duinrijck x Vredegunt
\    /
\/

Adelaert, opgevoed door Lantskroon.

Hageroos, opgevoed door Vrerick.

Heereman, heemraad

Volckaert, heemraad.

Warner, boer

Govert, boer

Kommerijn. min van Vredegunt.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19.07.2001