Joost van den Vondel (1587-1679)

NOAH

OF ONDERGANG DER EERSTE WERELD.

INHOUDT.

Adam, eerste aertsvader, en stam der geslachten, spreide zich uit in twee takken, Kain en Seth. Deze, in hunne telgen aenwinnende, bouden de weerelt. De zoonen van Seth, bekoort door de schoonheit en bevalligheit van Kains dochteren, traden met haer in beddegenootschap, teelden eenen aert van reuzen en geweldenaeren, en vervielen door deze ongelijke vermenginge tot allerhande godeloosheit, verlieten den heiligen wandel van Seth, Enoch, Henoch, en offerhanden en altaeren, bedreven overspel en bloetschande, misbruikten zusters en moeders, en noch erger, zonder onderscheit, verdrukten onschuldigen door gewelt en wapens, en mestten zich met bloei en roof der nagebuuren. Aertsvader Noë, Lamechs zoon, het eenigh voorbeelt van godtvruchtigheit, en boetgezant, kante zich met leeraeren en dreigementen vergeefs hier tegens. Toen der menschen boosheit de langmoedigheit des allerhoogste» hardnekkigh misbruikte, en het ten leste, Gode verdroot, boude Noë door last van hooger hand eene ark, vergaderde hierin viervoetige dieren, en vogels, van elk slagh by paeren, en begaf zich endelijk, met zijne echt genoote, dry zoonen, en hunne vrouwen, in dit gebou, van Godt achter hem toe geslooten, waerop de weereltvloet, door het opbersten des grooten afgronts, en d’opgezette sluizen des hemels, en geduurigen slaghregen, veertigh etmael aen groeiende, zich vijftien ellen boven alle bergen verhief, en menschen en dieren teffens verdelghde.

Het tooneel is voor Reuzenburgh, aen den voet van Kaukazus, en den hoek van het cederbosch, in het gezicht van Noahs timmerwerf. Het treurspel begint voor den opgang en endight met den ondergang der zonne.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001