Joost van den Vondel (1587-1679)

PETER EN PAUWELS

INLEIDING

Dit is niet zozeer het spel van de twee Apostelen, als wel van de Kerk zelf vertegenwoordigd in haar opperhoofden: doorgheen heelít spel zien en voelen wij de kampstrijd tussen twee wereldmachten, heidendom en kristendom. In die sfeer houdt de dichter ons vast. Vanít begin af beleven wij de machteloosheid van het zinkende heidendom tegenover de onweerstaanbare opstijging van het kristelike beginsel in levensleer en levensdaad. De macht van het kristelike leven overwint in Kristusí kruis: in de schijnbare ondergang, maar alleen naar ít lichamelike, overwint de geest.

Voor díeerste maal voert Vondel in zijn spel de boze geesten op als de altijd wakende en altijd werkende stuwers naar het kwaad. Hier nog niet zoals later (in Lucifer en op soortgelijke wijze in Lucifer) de duivel zelf, maar in zijn handlangers, Simon de Tovenaar en Elymas de magier. Inít eerste toneel al treden zij op (eveneens zoals later in Lucifer en Adam), om terstond ons te zetten in de werkelikheid, dat het boze aldoor het goede bedreigt en belaagt. Die werkelikheid doordringt de in wezen geestelike kamp, die ons hier wordt uitgebeeld.

Ook in dit treurspel weer die zuivere openbaring van de karakters.

De heidense macht is verpersoonlikt in de geheel verdierlikte Nero, het godsdienst-opperhoofd van het heidendom, in de onbeduidende aartsofferwichelaar, zonder enige karaktersterkte tegenover Nero, door hem toch erkend als de ondermijner van zijn godsdienst. Naast deze de edele Cornelia, moeder der Vestaalse maagden; maar ook zij weer bevreesd en slaafs kruipend tegenover de wereldse macht van Nero.

De Kristelike geestelike macht wordt ons verbeeld in de beide hoofden van de Kerk, Peter en Pauwels met hun sterk geloof, vast Gods-vertrouwen en onverwinnelike geloofsmoed, in de volbrenging van Gods wil. Als hun helpers de vurige niets vrezende jonge maagd Petronel, met haar zo echt vrouwelijk doorzetten alles overwinnend gevoel over alle verstandsredenering heen. Naast haar de oudere bedachtzame romeinse dame, die Petronelís driftige voortvarendheid tracht te matigen en te 1eiden.

Een verheffend spel van boeiende verbeelding in edele vormgeving, al heeft ook deze zijn zwakke steeen.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001