Joost van den Vondel (1587-1679)

Bericht aan den Lezer

(Bij den herdruk van t jaar1696)

Het heeft den grooten Vondel in t berijmen van Koning Davids Harpgezangen beliefd, den Latijnschen, en niet den Nederduitschen text te volgen, gelijk zij gedaan hebben, welker Harpgezangen in de Kerken van Nederland gezongen worden. Derhalve gelieve de lezer te letten, dat de IXe Harpzang van Vondel de IXe en Xe der Kerkelijke Harpzangen is, en dus tot den CXLVIe n verscheelt; waarna de CXLVIe en CXLVIIe alleen den CXLVIIe der Kerkelijke Harpgezangen uitmaakt; de volgende komen overeen.

(De Latijns spreuken boven de Harpzangen zijn de eerste versregels en zijn daarom niet vertaald)


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 30 January 2003