Joost van den Vondel (1587-1679)

XXVIIIe HARPZANG.

A. 1656

Adferte Domino, fuji Dei.

Gij, die Gods kinders zijt geworden,
Treedt aan, treedt aan!
Treedt aan, een ieder op zijn orden,
Langs d offerbaan.
Brengt Gode uw zuivere offeranden,
En bok en lam,
Brandoffers, om tot asch te branden
In d outervlam.
Brengt alle eenstemmig God, den Heere
Vol majesteit,
Zijne offeranden, Hem ten eere,
Uit dankbaarheid
Brengt prijs en eer en lof, al t zamen,
Den Heere alleen,
Wiens naam verdooft alle andre namen
Bij Zijn Hebren.
Aanbidt Hem in Zijn Heiligdommen,
In Zijne tent,
Wens stem alle andre hoort verstommen,
Aan s werelds end.
De stem der Godheid hoort men klatren,
Op zee en stroom;
Zij dondert schriklijk, houdt de watren
Door schrik in toom
Gods stem heeft nadruk en vermogen,
Als zij zich wreekt;
Gods stem klinkt heerlijk uit den hoogen,
Wanneer Hij spreekt.
Gods stem kan hemelhooge cedren
Ter aarde slaan,
Kan Libans cederbosch vernedren,
Waar boomen staan.
Zij maalt ze aan stof. De boomen spartlen,
In tocht en zon,
Als t kalf op Liban danst bij t dartlen,
Als Sirion,
En zijne nhorens-veulens springen.
Gods stem omhoog,
Als vier, door wolken heen kan dringen
Uit s hemels boog.
Zij berst met werlicht uit, en blikkert,
En straalt en licht
Met bliksemstralen, gloeit en flikkert
In ons gezicht.
De stem der Godheid treft de heide
En wildernis;
De stem der Godheid schept een weide,
En akkerdisch,
Daar Kades, zonder groen en lover
En overvloed,
Geen voedsel schiet voor dieren over,
Noch menschen voedt.
Gods stem de hinden helpt aan t baren,
Na barens wee,
Zij dringt door schaduw, loof, en blren,
Van ste tot ste
De dankbren spoeden naar Gods drempel,
En kronen Hem
Met lofzang, in Zijn heilgen tempel,
Met hart en stem.
De Godheid giet, na t lange tergen,
Een springvloed uit
De wolken, en verdrinkt de bergen,
Daar t zwerk op stuit.
Hij zal, als Koning, ook regeeren
Op Zijnen troon,
En eeuwig alles reguleeren
Naar s Hemels toon.
Hij sterkt Zijn volk en erfgenooten
Uit Zijn paleis,
En zegent eeuwig Jacobs loten
Met vrede en peis.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001