Joost van den Vondel (1587-1679)

LXVIe HARPZANG.

Aº. 1656

Deus misereatur nostri.

Ontferm U over ons, o Heer!
Ontferm U toch,
En stort op ons Uw zegen neêr,
En laat nu nog
Uw aanschijn ons beschijnen,
Den mist des druks verdwijnen;
Ontferm U toch!

Opdat wij in den glans van ’t licht,
’t Welk uit U straalt,
Uw heerbaan krijgen in ’t gezicht,
En onverdwaald
Aanschouwen ’t heil der volken,
Dat uit ontslote wolken
Op d’ aarde daalt;

Dat al het volk U diane en eer
Met volle vreugd;
Dat al het volk Uw lof vermeer’,
En elk verheugd
U toejuich’, die de reden
En ’t recht voert in de steden,
En stiert ze in deugd;

Dat al het volk U diene en eer’
Met volle vreugd,
Dat al het volk Uw lof vermeêr’,
En elk verheugd
Aanachouwe, hoe nu d’ aarde
Haar vrucht ten laste eens baarde,
Tot ’s volks geneucht;

Dat God omhoog, de ware God
Van Abraham,
Ons zegene, als Zijn eigen lot!
Dat God Zijn stam
Nu zegene, alle palen
Hem offerschuld betalen,
En zuivre vlam!


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001