Joost van den Vondel (1587-1679)

LXIXe HARPZANG.

A. 1656

Deus, in adjutorium meum.

O noodhulp in gevaren!
Nu help me en let,
Wat angsten mij bezwaren.
Och t haast U, red
Mij fluks, ik roep om bijstand,
Beschaam, vertsaag
Mijn hater en doodvijand!
Beschaam, verjaag
Die mijn bederf begeeren!
Verjaag, beschaam
Die mij met schimp braveeren
Om Uwen naam !
Verheug hem, dat hij springe,
Al die U zoekt.
Dat hij U lof toezinge,
En, hoe men vloekt,
U eere, als zijn Behoeder.
Maar ik hen arm,
En naakt; dies help me, Alvoeder!
Beschut, bescherm,
Bevrij ons, zonder toeven,
Nu wij Uw hulp behoeven.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001