Joost van den Vondel (1587-1679)

XCVIe HARPZANG.

A. 1656

Dominus regnavit, exultet.

Beheer betoomt de wereld uit den hoogen.
Het aardrijk juiche; elk eiland heff zijn oogen
En hart, met vreugd, naar d Oppermajesteit,
Die t al bestiert wat voor Zijn voeten let.

Al hangt Gods troon rondom met dikke wolken
En duisternis, voor t aangezicht der volken,
Bedekt, nog staat Zijn recht en oordeel vast,
Dat op bedrog en gunst noch ongunst past.

Verslindend vier, trouwanten, snel als winden,
Vooruitgestuurd, vernielen en verslinden
De vijanden der Godheid, die zich wreekt,
En straft al wat haar vierschaar tegenspreekt.

Al d aardbom scheen in brand te staan, door t flikkren
Van wederlicht en bliksemen en blikkren;
Het aardrijk, dat de lucht ontsteken zag,
Werd doodsch van schrik, en dreunde, slag op slag.

t Gebergte, dat de starren poogt te trotsen,
Versmolt, als was voor t vier, en alle rotsen
Versmolten. reis op reis, voor t wederlicht
Van Gods gelaat en grimmig aangezicht.

De hemel zalf verkondigt, hoe rechtvaardig
D Almogendheid, alleen den schepter waardig,
Haar koninkrijk, de wereld, hier gebiedt,
Daar iedereen Gods glorie schijnen ziet.

Beschaamdheid verf de wangen van hun allen,
ie voor het beeld des Afgods nedervallen,
En roemen op gelijkenissen van
Hunne ijdelheid, die niemand helpen kan,

Gij, Engelen! valt neder, om, in t midden
Van t hemelsch koor, het Eenigste aan te bidden;
Dat Sion dit verneme en zich verblij,
Als God verdelgt de blinde afgoderij.

Judea, tot Zijn dochter uitgekoren,
Kan zonder vreugd en huppelen niet hooren,
Hoe t hoogste Recht den snooden dienst verfoeit,
En d Afgodn eischt vernield en uitgeroeid,

Want Een, in top der hemelen gezeten,
En boven al die God of Godhen heeten,
Ontluistert Gon en Ongon, van den trans
Der hemelen, met Zijnen sterken glans.

Wie Hem omhelst met liefde, zonder mate,
Dat die met ernst de boosheid vliete en hate;
Want God de ziel der heiligen bewaart,
En vrijdt ze voor t geweld, dat haar bezwaart.

Het licht van vreugd verschijnt, na vele smarten,
Rechtvaardigen, en alle oprechte harten.
Rechtvaardigen! verheugt u in den Heer,
Ontvouwt Zijn naam en heiligheid en eer.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001