Joost van den Vondel (1587-1679)

XCIXe HARPZANG.

A. 1656

Jubilate Deo, omnis terra.

Alle streken!
Geeft een teeken
Van verblijden,
Vrij van lijden,
Aan den hoogen
Opgetogen
Heer der Heeren.
Koomt Hem eeren
Met verlangen!
Zet uw gangen
Naar Zijn drempel.
Dat de tempel
En zijn transen
Met n dansen.
Leert, genooden!
Dat geen Goden
Bij God halen,
En Zijn stralen,
Noch geen snoodheid
Bij Zijn grootheid.
Hij bootseerde,
Fatsoeneerde
Ons te gader.
Wie is vader
Van zijn leden,
Hier beneden?
Wij, Gods knapen,
Zijn de schapen
Van Zijn weide.
Men geleide
De Levijten
Naar tapijten
Van Gods hutte,
Onderstutte
s Hemels wijzen.
Valt aan t prijzen
In Gods zalen
En portalen!
Zet met loven
Hem daar hoven
In Zijne eerel
Geeft Hem d eere,
Dat Hij stadig
Is genadig,
Zoet, zachtzinnig,
En aanminnig;
Dat Zijn goedheid
En Zijn zoetheid
Eeuwige uren
Zullen duren,
En de klaarheid
Van Zijn waarheid
Zijne trouwe,
Vrij van rouwe,
Op geen spruiten
Zullen stuiten.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001