Joost van den Vondel (1587-1679)

CXXIIe HARPZANG.

Aș. 1656

Ad te levavi oculos meos.

Alziende, die in de bogen
Des hoogen Hemels zit!
Ik heffe van hier mijne oogen
Naar U, mijn eenig wit.
Van U verwacht
Ik, dag en nacht,
Alleen mijn heil en troosten kracht;

Want even als dienaars plegen
Te zien naar ’s Heeren hand,
De dienstmaagd verwacht den zegen
Van harer vrouwen kant,
Dus oogen wij
Op God, dat Hij
Ons uit genâ genadig zij!

Ontferm U, ontferm U over
Ons allen, ieders smaad;
Nog hoont ons de rijke grover
Door trots en overdaad,
En ijdelheid,
Die hem misleidt,
Zoodat zijn tong de deugd miszeît.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001