Joost van den Vondel (1587-1679)

CXXXVe HARPZANG.

Aļ. 1656

Confitemini Domino.

Loeft de Godheid, o genooden!
Want Zijn goedheid is onendig.
Looft den God van alle Goden;
Want Zijn goedheid is onendig!
LooFt der Hccren Heer Byzonder;
Want Zijn goedheid is onendig.
Hij alleen werkt menig wonder;
Want Zijn goedheid is onendig.
Hij schiep wijs al ís Hemels ronden;
Want Zijn goedheid is onendig.
Hij bouwt dí aarde op ís waters grond
Want Zijn goedheid is onendig.
Hij schiep groote hemellichten,
Want Zijn goedheid is onendig.
ít Licht des dags voor ons gezichten;
Want Zijn goedheid is onendig.
Maan en star, die ís nachts zich toon
Want Zijn goedheid is onendig.
Hij sloeg Memfisí oudste zonen;
Want Zijn goedheid is onendig.
Voerde Jacob uit de banden;
Want Zijn goedheid is onendig.
Met Zijn sterken arm en handen;
Want Zijn goedheid is onendig.
Hij kon ít Roode water scheiden;
Want Zijn goedheid is onendig.
Door de zee Zijn stamhuis leiden;
Want Zijn goedheid is onendig.
Faroís macht in zee beroeren;
Want Zijn goedheid is onendig.
Jacobs huis door ít woeste voeren;
Want Zijn goedheid is onendig.
Koningen ter neder smijten;
Want Zijn goedheid is onendig,
Vorsten, sterk als ijzer, slijten;
Want Zijn goedheid is onendig.
Sehon, vorst der Amorijten;
Want Zijn goedheid is onendig.
Hij brocht Bazans vorst om ít leven.
Want Zijn goedheid is onendig.
Heeft dat erf Zijn volk gegeven;
Want Zijn goedheid is onendig.
Jacob en zijn vrome benden;
Want Zijn goedheid is onendig.
Hij gedacht aan onze elenden
Want Zijn goedheid is onendig.
Hij verloste ons van de vloeken;
Want Zijn goedheid is onendig.
Spijst hen al, die ít leven zoeken;
Want Zijn goedheid is onendig.
Looft des Hemels Heer met eeren;
Want Zijn goedheid is onendig.
Looft den Heer van alle Heeren;
Want Zijn goedheid is onendig.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001