Joost van den Vondel (1587-1679)

SALOMON

I N H O U D.

Koning Salomon, Davids zoon, die allerwijste Profeet, en gezegendste Vredevorst, hoog op zijn dagen, en door voorspoed en weelde verijdeld, schepte, tegens Gods en Mozesí uitgedrukte wet, zijnen wellust in duizend Heidensche vorstinnen en schoonheden, en verslingerde, al te jammerlijk, op koning Hirams dochter, hier Sidonia genoemd; zulks dat hij, tot razens toe van hare minnetreken betooverd en vervoerd, buiten Jeruzalem den tempel aller Goden stichtte, op den berg, sedert den berg des aanstoots geheeten. Ten leste nochte Sanhedrin, nochte Wetgeleerde, nochte Aartepriester Sadok aanziende, bewierookte hij Astarte, een Sidonische afgodinne, en andre afgoden, zijne koninginnen en gemalinnen ten gevalle; waarover God, met een onweder van gramschap, tegens hem uitborst, en door profeet Nathan hem en den rijke met plagen en uitheemsche, zijnen zoon en nazaat met inheemsche oorlogen en een deerlijke scheuringe dreigde, en allen HebreÍn en den naburigen Rijken een gruwelijke verwoestinge en ellende voorspelde.

Het tooneel wordt buiten Jeruzalem gebouwd. De Rei bestaat uit Jeruzalemmers. Het treurspel begint met den dag, en eindigt in den avond. Een Wetgeleerde is de Voorredenaar.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001