Joost van den Vondel (1587-1679)

SALOMON.

TREURSPEL.

Quantum mutatus ab illo!

Ik brenge nu koning Salomon op het heilig tooneel; niet gelijk hij den beloofden Messias in zijne heerlijkheid uitbeelde, maar uit zijnen gelukkigen staat in den poel der afgoderij komt te verzinken. In dit Treurspel wordt geen bloed, maar die groote ziel gestort, door wiens heillozen voorgang sedert zoo vele duizend zielen omkwamen, en in haar bloed versmoorden, en het gescheurde koninkrijk, SamariŽ en Jeruzalem, met den tempel en godsdienst endelijk verdelgd, en dí overgeblevene stammen in ballingschap weggevoerd werden. Het misbruik van Gods overvloedige gaven, de wellust en begeerte tot verbode schoonheden telen zulk eenen oogst van schrikkelijke jammeren, en leveren stof om dit treurtooneel te stichten op dien deerlijken afval des allergezegendsten konings, die naauwlijks Gods tempel volbouwd en geheiligd hebbende, zich zelven, door het bewierooken der Afgoden en dí aldergruwzaemste offeranden, zoo lasterlijk ontheiligde. De koningin van ít Zuiden kwam te voren van het einde der wereld, om te hooren de wijsheid van dit Goddelijk orakel, wiens dwaasheid namaals de gansche wereld ten spiegel diende, om door Salomons onstandvastigheid tot standvastigheid in den wettigen Godsdienst opgewekt te worden. De Personagien en toestel, tot dit Treurspel vereischt, zijn gepast naar den ijver van het Jodendom en Heidendom, de gelegenheid van zake, tijd, plaatse, en andere omstandigheden. Uwe E., onder de kunstbeminners gerekend, zal met den zijnen, die lust in dusdanige stoffe plachten te scheppen, dit niet ongerijmd vinden, en gelieven ít ontvangen met zulk een genegentheid als het u opgedragen wordt, tot een blijk, dat ik blijve

  Uwe E. dienstwillige

  JOOST VAN DEN VONDEL.


Ingezonden door J.R. van Wijk op: 19 July 2001