Jacqueline E. van der Waals

(1868-1922)

[Portret Jacqueline van der Waals] Jacqueline Elisabeth van der Waals werd geboren op 26 juni 1868, als dochter van de Nobelprijswinnaar natuurkunde Johannes Diederik van der Waals (van de Vanderwaalskrachten en de toestandsvergelijking).

Na haar opleiding aan de HBS voor meisjes studeerde ze thuis verder voor de hulpakte voor het onderwijs en de MO-akte geschiedenis en werd lerares geschiedenis. Verder hield ze zich bezig met sport (tennissen, schaatsen, wandelen en bergbeklimmen), vertaalde romans en gezangen, schreef poëzie en proza en besprak in damesclubjes Ibsen, Kierkegaard, Nietzsch, Tagore en Dante.

In 1921 kreeg ze maagkanker, waaraan ze op 29 april 1922 overleed.

In tegenstelling tot veel dichters die hun onderwerp van buiten bekijken, zijn van der Waals gedichten zeer persoonlijk, uit haar hart. Daarom schreef ze eerst onder pseudoniem Una ex Vocibus (één van de stemmen). Bij sommige gedichten is het genant, om deze gevoelens aan de wereld te tonen. Vooral voor een stijve Hollandse, die haar gevoelens liever niet toonde. Maar na het verschijnen van de eerst bundel ontdekte iemand dat zij de auteur was en haalde haar over haar naam onder de gedichten te zetten.

Een aantal thema's komt steeds terug. Een eerste thema is de dood. Eerst een verlangen naar de dood, zoals in Heimwee, een misschien niet helemaal gemeend spelen met zelfmoord, om daar toch maar vanaf te zien, waar De beuken naar verwijst. Later, als ze weet dat ze stervende is, komt ze tot aanvaarding van dood én leven, (Annunciatie. Haar bekendste werk, de postuum uitgegeven "Laatste Verzen", zijn voor een groot deel aan de dood gewijd.

Een tweede thema is de natuur en de gevoelens, die de natuur bij haar oproept, zoals in Alpenbloemen en Meiliedje.

Een derde thema is God. Het bekendste hiervan is waarschijnlijk Wat de toekomst brenge moge in het gezangen boek van de hervormde kerk. Maar ze heeft ook gedichten geschreven, die zeker niet in een gezangen boek geplaatst worden, bijvoorbeeld Bitterheid.

Naast de gedichten heeft ze ook enig proza geschreven, zoals Het sprookje van de boze fee, over de gave, in in de ogen van de fee was het een gave, die ze doornroosje gaf. Verder schreef van der Waals één novelle, "Noortje Velt" (1901), over opgroeiende meisjes van de intellectuele burgerij in de veranderende wereld van de negentiende eeuw.



[Coster Pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.