Dies Irae

Jacqueline E. van der Waals

Dag van gramschap, van ellende,
  als de wereld, wie zal 't wenden,
  zal in vuur en vlammen enden.

O, de tranen, o, de zuchten!
  o, de angst voor de geduchte
  straf, die niemand kan ontvluchten!

De bazuinen zullen schallen
  en de dooden zullen allen
  opstaan en hun kluisters vallen.

En de aarde zal alomme
  zwijgen en de dood verstommen
  als de Heer der dooden drommen

Voor zijn rechterstoel zal dagen,
  waar het boek ligt opgeslagen,
  dat ons rekenschap komt vragen.

Als het oordeel wordt gesproken,
  blijft geen zegel onverbroken
  en geen misdrijf ongewroken.

In wiens voorspraak dan zal 'k roemen,
  dat dit boek mij niet verdoeme?
  zal God één onschuldig noemen?

Sla mijn schuld, o Heer, niet gade!
  machtig Koning, dek mijn daden
  met uw vorstlijke genade!

Jezus, die mijn ziel gezocht hebt,
  met uw kruisdood mij gekocht hebt,
  ach, volbreng, wat gij gewrocht hebt,

En gedenk ten laatste dage,
  hoe, voor mij aan 't kruis geslagen,
  gij mijn straf reeds hebt gedragen.

Wil, rechtvaardig God der wrake
  mij uw gunst deelachtig maken
  éér de oordeelsdag genake.

Spaar den zondaar voor uw hoogen
  troon, met nat bekreten oogen,
  schaamrood in het stof gebogen.

Die Maria met uw woorden
  opgericht hebt en des moorde-
  naars gebed aan 't kruis verhoorde,

Niet uit kracht van mijn gebeden
  maar uit goedheid, red mijn schreden
  van den vuurgen poel beneden.

Waar ge schape' en bokken scheide,
  stel mij, lieve Jezus, bij de
  schapen aan uw rechterzijde.

Zoo ge alsdan in heilig toornen
  't lot beslecht hebt der verloornen,
  roep mij bij uw uitverkoornen.

Want ik kom met een verslagen,
  en verbrijzeld hart u vragen,
  voor mijn einde zorg te dragen.

Dag van tranen, dag van vreezen,
  als de mensch uit de asch herrezen,
  zal door God geoordeeld wezen.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.