Doods nadering 1

Jacqueline E. van der Waals

Is dit, O heer, dit oppervlakkigheid,
Dat ik mijn uren en mijn dagen
Zoo onbezorgd en zonder veel te vragen
Zoo ongeveer als vroeger slijt?
Alleen wat machteloozer en wat zwakker
En zonder levenstaak en levensstrijd -
Des morgens word ik zonder plichten wakker
En hul mij aanstonds in mijn eenzaamheid.
Dan komen mijn vrienden die mij wat verwennen
En meren aan mijn oever hunne boot,
Wij spreken van het leven, dat wij kennen
Met luider stemme en zachter van den dood.
Dan gaan zij heen en eenzaam blijf ik achter...
Ik weet niet, is dit oppervlakkigheid,
Dat niet mijn stem nog stiller werd en zachter
En sprak van U en Uwe heerlijkheid?


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.