Doods nadering 2

Jacqueline E. van der Waals

Mijn uren gaan voorbij gelijk het zand,
Dat langzaam door de dichte vingers vliet
En wegvloeit uit de vastgesloten hand;
Als water, dat ik dronk, maar proefde 't niet.
Ik weet niet of zij bitter zijn of zoet,
Ik weet niet, of het zachtkens in mij schreit,
Of in mij lacht - het zingen van mijn bloed,
Het klinkt zoo stil, en 't ver geruisch zoo zoet
Heer, van Uw eeuwigheid.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.