Duisternis

Jacqueline E. van der Waals

Mijn duisternis is vol van Zijne verborgenheid en
  mijn stilte van Zijn zwijgen.
Met het verlangen naar Zijn bijzijn heb ik mijne
  eenzaamheid gevuld.
Mijn honger en mijn dorst stil ik aan den disch
  van Zijn begeeren.
Zijn gemis maakt mijn armoede rijk.

Zoo ik tot Hem riep in mijn droefheid, Hij ant-
  woordde niet,
Zijn gelaat hield Hij voor mij verborgen,
maar ik wist, zoo ik glimlachend opzag tot Zijne
  verborgenheid, dat het glanzend mysterie Zijner
  liefde mij alzijds in het duister omgaf.
En zachtjes voelde ik mijn glimlach opgaan in de
  oneindige teederheid Zijner goddelijke ironie.

Mijn God heeft zich voor mij verborgen gehouden.
Hij heeft zich jegens mij in het ongelijk willen
  stellen,
opdat Zijn schijnbare onvolkomenheid mijn liefde
  zoude ontroeren en ontrusten,
opdat Zijn schijnbare duisternis mijn liefdesver-
  langen des te dieper zou doen glanzen.

Het is zoet, edelmoedig te mogen zijn in zijn
  liefde,
het zoetst - o mijn God, hoe goed hebt Gij de
  diepte van mijn hoogmoed gepeild! - edel-
  moedig te mogen zijn jegens U.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.