Lichtgeflikker

Jacqueline E. van der Waals

De zon vroeg voor haar gouden schijn
Doortocht door 't grauwe wolkgordijn
Om de aarde te gaan kleuren:
De daken rood, groen het geboomt...
O 't licht, dat over de aarde stroomt
Door de open wolkedeuren!

Ik wou, dat ik die weelde kon
Verklanken, of verbeelden kon
In verzen of in verven:
De zilvren vreugd van 't watervlak,
Waar 't zonlicht nederviel en brak
In duizend vlammenscherven.

Ai ziet, hoe langs de waterbaan
De vlammetjes te branden staan,
Door 't zonnevuur getroffen!
Hoe 't spettert, spuit en openspat,
Hoe overal op 't waterpad
De lichtjes staan te ploffen!

Hoe zegge ik dat?  Hoe zoude ik U
Mijn vreugde, immer woordenschuw,
In woorden wedergeven?
Hoe ook, met felle spikkeling
van verf, die kleurenflikkering
Op hout of doek doen leven?

Ga, waar de zon op 't water breekt
En 't wondre vreugdevuur ontsteekt,
Dat koel is in zijn blaken,
Dat brandt, waar 't zich in 't water stort...
Indien ge dan niet blijde wordt,
Kan ik het u niet maken.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.