Windgeruis

Jacqueline E. van der Waals

  Ruisch, ruisch, windeken ruisch
Door de donkere dennenkruinen,
Door het hoge helm der duinen,
  Waar ik neerlig en geniet.

  Zing, windeken, zing mij een lied,
Zing van de zee, waar de scheepjes varen,
Of het drijvende meeuwen waren,
  Rustende na hun snelle vlucht.

  Zing van de lucht, de blauwe lucht,
Waar de witte wolken drijven....
O, dat ik immer, immer kon blijven
  Droomen bij zee- en windgesuis!
  Ruisch, ruisch, windeken ruisch!


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.