Heimwee

Jacqueline E. van der Waals

Ik voel mij als een kindje,
   Dat 's zomers buiten logeert,
En alles heeft, wat haar hartje,
   Haar kinderhart begeert.

De lieve, rijke gastvrouw
   Geeft uit haar overvloed,
Het kindje daaglijks bloemen
   En vruchten, rijp en zoet.

Ze geeft haar kostbaar speelgoed,
   Daar speelt het kindje mee,
Vertelt haar mooie sprookjes
   Van reus en toverfee.

Zoo weet mijn gastvrouw, het Leven,
   Die rijke, milde vrouw,
Steeds nieuwe vreugd te bedenken,
   Opdat ik genieten zou.

Maar ondanks al die liefde
   Verheugt zich 't kindje niet,
Men hoort haar 's avonds snikken
   Met bitter, bang verdriet.

Vergeef haar, vriendelijk Leven,
   Dat ze u niet beter dankt,
Maar hoe kan een kind genieten,
   Wanneer het naar huis verlangt?


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.