Hemel

Jacqueline E. van der Waals

Ik vroeg: Waar woont Gij, God? "In mijnen hemel."
Ik vroeg: Waar vinde ik dien?  Toen sprak zijn mond:
"Mijn troon is boven zon en stergewemel
In eeuwigheid gevestigd en de schemel
Voor mijne voeten is dit aardsche rond."

Ik sprak: Voorzeker, Heer, maar ach, mij blinde,
Zijn deze woorden vreemd en leeg van zin.
Waar kan mijn liefde Uwe liefde vinden?
En God sprak: "In uw hart, mijn welbeminde,
Zoek mij aldaar, ook daar, daar woon ik in."


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.