Zoo wie klage...

Jacqueline E. van der Waals

Gaf mij ooit in vroeger stonden
Haat of onrecht stof tot klagen
Over andrer menschen zonden?
  Ik geloof het noô
Of miskenning?  Zoude ik vragen,
Om gekend te zijn, wier stage
Zorg bestond in 't veilig dragen
  Van 't incognito?

Die mij tegenwerken willen,
- Zijn ze sterk of zwak, om 't even -
Zoo ze werken, ze verspillen
  IJdelijk hun kracht.
Wie kan mij, die in dit leven
't Streven zelf heb opgegeven,
Wie den stille tegenstreven,
  Die niet streeft of tracht?

Hebben lasteraars verstoken,
- Doelloos of wel overwogen -
Achterklap van mij gesproken?
  Dat is hunne zaak;
Zoo maar steeds die praatjes mogen
Praatjes blijven door mijn pogen,
Dat ik al hun praat tot logen
  En laster maak.

Ach, de haters, die mij haatten,
Die mij heimlijk tegenstonden,
Kan ik anders dan hen laten
  In hun droeven staat?
Maar mij smarten mijne zonden,
- Zoo mijn wezen 't hunne wondde, -
Waardoor deze haters konden
  Blijven in hun haat.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.