De Lethe

Jacqueline E. van der Waals

"Hoort gij den nachtegaal klagen
Zingend in 't lage geboomt?"
Neen, maar het lokkende, trage
Lied van de Lethestroom.

Klotsend en kabbelend tegen
Den oever, het water dat loom,
Zacht ruischende doet bewegen
Het riet langs den Lethezoom.

"Maar hoort gij het droomzoete treuren
Van 't nachtegalenlied
En ruikt gij de rozengeuren
En ziet gij den maneschijn niet?"

Ach, zingen de nachtegalen
Nog immer het lied uit mijn droom?
En glanzen de manestralen
Nog steeds in den zilveren stroom?

En geuren nog immer de roode,
De vurige rozen zoo zoet?
Maar dood zijn mijn droomen: een doode
Verlangt van het doode geen groet.

Maar geef mij één dronk uit de Lethe,
Den stillen vergetelheidsstroom,
Opdat ik de geuren vergete,
De kleur en den klank van mijn droom.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.