Liefdehonger

Jacqueline E. van der Waals

Ik heb zulk een honger naar liefde,
Toch spreek ik er niemand van.
Mijn hart is zoo trots, dat ik niemand
Er iets van vertellen kan.

Waarom is dat hart zoo hoogmoedig,
En toont het zijn armoede niet?
Men geeft toch zoo graag van zijn weelde,
Als men honger en armoede ziet.

Eén enkele blik was voldoende,
Een blik, die 't verlangen verraadt.
Een hand tot ontvangen geopend,
Een hart, dat zich weldoen laat.

Maar Hoogmoed verbiedt mij die houding,
Hij is voor een weigering bang
En dwingt mij zoo rustig te lopen,
Met kalm, zelf genoegzame gang.

En ondertussen versmacht ik
Naar liefde.  Maar waartoe die klacht?
De trots, die mij eenzaam doet lijden,
Die geeft ook tot lijden de kracht.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.