Julinacht

Jacqueline E. van der Waals

Ik stond bij 't open venster en ik zag
De maneschijf, die aan den hemel stond
Zoo stil en glanzend, dat het mijn verstand
te boven ging.  Ik zag op blauwen grond
De wolkjes in het maanlicht henen glijden.
Ik zag de witte nevels op de weiden,
En op de vijvers voor het huis: ik zag
Den vrede glanzen van dat verre land,
Waar maanlicht één is met gevoel en klank.

Indien de zoete blijheid van dat blanke
Mysterielicht tot vrede werd in mij
En niet tot onrust, hoe ik zou verklanken
Dien Julinacht in liederen zoo blij,
Dat ieder, naar mij luisterend, zou trillen
Van onrust, bevende van droefenis
En onbegrepen heimwee naar het stille,
Vredige land, waar geen verlangen is.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.