Nocturne

Jacqueline E. van der Waals

Diepe nacht en duisternis
En een lichtende glans op de zee,
En diep in mijn ziel, die onrustig is,
Een groot verlangen naar vree.

Dan wordt mij de zwarte onpeilbaarheid
Der duistere diepten tot
Het beeld van Gods verborgenheid,
Het groote mysterie van God.

Mij worden de lichtende wateren thans
Het beeld van mijn eigen ziel,
Waarin als een wonder de zachte glans
Van 't godsverlangen viel ...

De hemel heeft zijn licht gelaat
Gehuld in zwarte nacht,
Maar ruischend door het duister gaat
Een schijnsel, vreemd en zacht.

Mijn God verbergt mij Zijn aangezicht,
Maar de glans, die mijn ziel doorgloort,
Als de vreugde, die over de wateren licht,
Hij ruischt door het duister voort.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.