Nachtelijke overval

Jacqueline E. van der Waals

Ik had op den bodem mijns harten
   Een graf voor mijn liefde gemaakt.
Ik had voor mijn dwaze gedachten
   Het graf van mij doode bewaakt.

O droom, dien ik heden droomde,
   Wat hebt gij mij nù gedaan?
Gij liet de gedachten binnen,
   Die nooit mochten binnengaan!

Gedachten, o valsche gedachten!
   Toen zijt gij verraderlijk zacht
In 't duister naar binnen geslopen,
   Gelijk een dief in den nacht!

Ik sliep; en toen ik ontwaakte,
   Hoe breng ik mijn hart weer tot rust!
Toen hadden die stoute gedachten
   Mijn liefde wakker gekust.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.