Gelijk een kind aan moeders schoot

Jacqueline E. van der Waals

Gelijk een kind aan moeders schoot, dat wel
Haar zonde voelt en wel haar schuld berouwt,
Oproerig soms het hoofd gebogen houdt
In koppig zwijgen, tot het strafbevel

Der moeder klinkt, dan heft het kindje snel
De oogen op, dan spreekt het kalm en stout:
"Dat wou ik juist", opdat de straf beschouwd
Mocht worden als een zelf gekozen spel ...

Zoo stond mijn ziel in tijd van tegenspoed
Voor God, maar heeft het trotsche hoofd geheven,
En hoog en rustig gaande door het leven,
Tot God gesproken: "Vader, het is goed" ...

Vergeef mij, o mijn ziel, indien ik even
Om zooveel dwazen trots glimlachen moet.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.