Al
Dalen de vlokken
Dalen de luchtige vlokken en lokken
Mijn ziel met geruischlooze vreugde in stillen, onhoorbaren val.
Dicht
Sneeuwt aan den hemel,
Sneeuwt aan den loodgrauwen hemel gewemel
Van volle, van koelblijde blankheid in feestelijk, zachtgedempt licht.
Traag
Reikt mijn begeeren,
Reikt mijn afgunstig begeeren, te keeren
In tot de sneeuwkoele, diepe, volkomene ruste omlaag.