Sonnetten

I

Jacqueline E. van der Waals

Ik zag een groot, wit veld met blijde scharen
Van groote bloemen, die op lange stelen,
Zich door het zoele windje lieten strelen,
En onbewust van eigen vreugde waren.

Ik zag ze rustig in het zonlicht staren,
En met de jonge zonnestralen spelen.
Ik zag het zoet gegolf dier bloemenbaren -
O! dat mijn hart die reine vreugde mocht deelen!

Dat ik die bloemenvreugd begrijpen kon,
Of wist, waarom de bloemen, die ik plukte,
Niet langer straalden in het licht der zon,
Maar angstig hoogdje tegen hoofdje drukten.

Was het de scheiding, die hen droef gemaakt had?
Of, dat een menschenhand ze aangeraakt had?


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.