Sonnetten

IV

Jacqueline E. van der Waals

Als één wien, krank van geest, vervolgd, geplaagd
Door wrede hersenschimmen, somtijds even
Een stille tijd van kalmte wordt gegeven,
Als 't licht der rede in zijn duister daagt,

Zoo heeft het God, voor korten tijd, behaagd,
Ook mij tot rust te brengen, uit mijn leven
Heeft hij de booze geesten uitgedreven,
Den geest des twijfels heeft Zijn hand verjaagd.

Maar, als ik nu terugdenk aan die dagen
Van krankte en van droefheid, om mijn geest
Met angstige verwondering te vragen,
Waarover ik in onrust ben geweest,
Dan zie ik weer de sombre waanzinsvlagen
Des twijfels naderen, die nooit geneest.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.