Sonnetten

VI

Jacqueline E. van der Waals

Nu ligt mijn leven als een stille plas,
Een vlak, blauw water op een groote hei,
Dat rustig opziet uit een lijst van gras
En riet: een hemelspiegel klaar en blij.

Mijn willen en mijn wenschen stierf in mij,
En wat bevreesd, en wat onrustig was,
Ging met mijn laatste diepe smart voorbij,
Waarvan ik kalm en oud en wijs genas.

Mijn ziel ligt als het vlakke water stil,
Dat zelf niets zijn en niets bereiken wil,
Maar, wat het ziet, eenvoudig wedergeven.
Ook ik wil niets in eigen oogen zijn,
Maar als een hemelspiegel klaar en rein,
Den wil van God vervullen in mijn leven.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.