Spel?

Jacqueline E. van der Waals

Zoo komt er nooit een eind aan 't geven
Ik geef - maar wat ik geef, blijft mijn...

-- Boutens

Of ooit mijn ziel heeft liefgehad?
Wie zegt, wat liefde is?
Maar ik droeg lang een gouden schat
Van liefde - of ik en weet niet wat -
In ziels geheimenis.

Ik heb, gelijk een gierigaard,
Mijn schatten opgetast,
Ik heb gewoekerd en gespaard,
En 't goud, dat nieuwen rijkdom baart,
Het werd me een gouden last.

Soms heb ik in één uur, één kort,
Kort uur mjin gansche goed
Verkwist en alles onverkort
En zonder dingen uitgestort
Uit 's harten overvloed.

Voor menschen soms en soms voor God,
Soms voor een droom, een waan, -
Soms in de gulheid van mijn bod
Heb ik mijn ziel, mij zelve er tot
Een toegift bij gedaan.

Maar dan, wanneer ik binnentrad
En 'k opende mijn schrijn,
Daar lag, nog ongerept, de schat,
Dien ik vol vreugd verloren had,
Al, wat ik gaf, bleef mijn.

Wat baat mijn liefde God of vrind,
Zoo in mijn eigen cel
Ik d'eigen gaven weder vind?
Ik voel mij doelloos als een kind,
Dat speelde een doelloos spel.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.