En er werd een groote stilte

Mark IV : 39.

Jacqueline E. van der Waals

Er woei een groote storm van smart
    Over mijn levenszee,
De baren sloegen over mijn schip.
    Alzoo, dat het vol werd van wee.

En Jezus was mét mij in het schip,
    Maar nu was het nacht en Hij sliep.
Ik wekte Hem op in mijn grooten angst.
    Ik wekte Hem op en riep:

"Bekommert het U, o meester, niet,
    Dat ik verzink, verzink?"
Hij, opgewekt zijnde, bestrafte den wind,
    Die aanstonds liggen ging.

Hij sprak tot de golven: "Zwijgt, weest stil!"
    De golven legden zich neêr,
En er werd groote stilte.  Ik sprak
    Vol eerbied: "Het is de Heer."

Ik sprak; "O mijn ziel! waarom zo bevreesd?
    Hoe is uw geloof zoo klein?
Het is de Heer, wien ook de wind
    En de zee gehoorzaam zijn."


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.