Thuiskomst

Jacqueline E. van der Waals

Aan 't stille water van de duisterende grachten
     Staat ordelijk gerijd
Het langgesteelde licht, dat bevend op het zachte
     Gerimpeld nederglijdt

Van 't zwak bewogen water, en met rustig schijnen
     Glans in het duister brengt,
Waar 't welbehagelijk tot lichtend breede lijnen
     Zich uitstrekt en verlengt.

Maar op de brug - van lampen die bewegen,
     En licht, dat stille staat,
Slaat mij zoo feestelijk een schijnsel tegen
     Uit de overvolle straat,

Waar 't uit de deuren en verlichte winkelruiten
     Alom te voorschijn straalt
En rustig uit de hooge, stille lampen buiten
     Van boven nederdaalt,

Dat ik - voor mijn ontvangst zoo schitterend in orde
     Scheen mij mijn goede stad -
Wel vergenoegd om zooveel stralend licht moest worden,
     Als men ontstoken had.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.