Thuiskomst

Jacqueline E. van der Waals

Mijn land is het jonge, het blijde,
Het lentekleurige land,
Het land van de frisse weiden
Met rustige waterkant.

Ik heb in vreemde streken
Aan diepblauwe meren gestaan,
Aan heldere schuimende beken
Die rusteloos voorwaarts gaan.

Mijn land is het land, waar het water,
Ondoorzichtig en kleurloos en stil,
De schoonheid der aarde begrijpen,
En wedergeven wil.

Mijn land is het tedergetinte,
Het schaduwrijke land,
Het land van de grijze wolken
Met lichtend witte rand.

Der zilverige, zachtblauwe lichten,
Zoo blij als het leeuwrikenlied,
En tevens zoo stil geheimzinnig
Met het wazige lichte verschiet.

Het land van de frisgroene weiden,
Helder en zonnig en licht
Waarover de schaduwen glijden,
Gelijk op een vrolijk gezicht

Soms weemoedswolkjes drijven,
Die vluchtig en onbewust,
De stille weemoed verraden,
Die in het harte rust.

O land, met uw lachjes en tranen
Mijn teder gevoelvol land,
Ik voel me aan uw zonnige weiden
En zilveren neevlen verwant.

Ik voel mij zoo juichend weemoedig,
Gelijk uw zonneschijn.
Ik ben o mijn Nederland! blijde,
Zóó blijde weer thuis te zijn.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.