Bij 't venster

Jacqueline E. van der Waals

Het windje, zoel van bloemengeuren, streek
Mij langs de warme wangen, zwaar en loom,
De bijen gonsden om den lindeboom,
Vlak bij mijn open venster, en ik keek

Doelloos naar buiten, waar ik bij de heg,
Aan de andere zijde van de eikenlaan,
Je moeder langzaam langs haar bloemen gaan
En toeven zag en uitzien langs den weg.

En, toen je kwam en toen je naast elkaar
Naar binnen ging, en zij, de slanke vrouw,
Het hoofd omhoog hier - o, ik wist, hoe blauw
Die oogen blonken onder 't grijze haar -
Toen dacht ik, hoe ik ook wel graag tot jou
Eens zóó had willen opzien - even maar.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.