Een verjaardag

Jacqueline E. van der Waals

Nooit hebben de rozen zoo schoon gebloeid,
  Nooit zag ik den hemel zóó blauw,
Nooit was het gras zóó blij getooid
  Met diamanten van dauw.
    Ik had een rose kleedje aan,
       En stond bij 't struikgewas.
  Een vogel zong een lied.  Hij dacht,
    Dat ik een roosje was!

Nooit heb ik het veld zóó onrustig gezien.
  Ik liep door het golvende graan,
Daar heb ik den brievenbesteller ontmoet;
  Ik sprak hem even aan....
     Ik had een roode blouse aan,
        Met groote, zwarte das.
  Er was een kleine bij, die dacht,
     Dat ik een klaproos was!

Nooit is mij de eenzaamheid zóó zoet,
  Zoo vol vertroosting geweest,
Ik stond alleen in den maneschijn
  Na afloop van het feest.
     Ik had een wit japonnetje aan
        En stond in 't hooge gras.
  Een vlinder kuste mij goeden nacht
     Alsof ik een lelie was!


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.