Vraag

Jacqueline E. van der Waals

Ook de lichtbewogen bladen
Van den popel hangen stil,
En mijn oog kan enkel raden
Nu en dan een zwak getril,
En de zwarte sparrenkruinen
En de takken van den bruinen
Beuk en bonten eschdoorn staan
Onbeweeglijk in het schuine
Licht, dat straks zal ondergaan.

Over 't water op de weiden,
Waar de schaduw scherp en net
Van het licht is afgescheiden,
En van donkerder palet
Dieper kleuren bij 't verscheiden
Van den dag zijn neergezet,

Blijft mijn aandacht even dralen,
Daar de vraag in mij ontwaakt,
Hoe het licht, dat 's daags komt dalen
En dat loodrecht der aarde raakt,
Nooit de vree dier schuine stralen
Heeft, noch 't hart zoo vredig maakt.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.