Weerzien

Jacqueline E. van der Waals

Waarheen ik mijn blikken wende,
  Begroeten met vriendlijken lach
Mij dierbare oude bekenden,
  Die ik sinds jaren niet zag,
     Niet sinds dien zomerdag,
  Dien boven alle dagen,
     Toen mijn voeten mij
  Naar boven hebben gedragen,
     Naar deze alpenwei.

Met vragende blikken staren
  De bloemenoogjes mij aan:
"Hoe is het u al die jaren,
  O! menschenkind, gegaan?
  Wat hebt gij gedacht en gedaan?"
"Wat ik gedacht heb, mijn bloemen,
  Waar beter niet gedacht,
Ook durf ik mij niet te beroemen,
  Op 't geen ik heb volbracht."


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.