Langs de weiden

Jacqueline E. van der Waals

Laat mij langs de weiden rijden
   Op het wiel,
Laat mij glijden langs de wegen,
   Nu de regen,
Die sinds dagen nederviel,
Opgehouden heeft te stroomen,
En de zon is doorgekomen,
Stralende tot in mijn ziel.

Bei mijn oogen van de dijken
Reiken tot den horizont,
Waar de wolken henen wijken,
Die hun schaduwen doen strijken
  Langs den grond,
Naar de blauwe boomenranden
Als van verre droomenlanden,
  Nevelig bezond.

Tot de haven komt verschijnen
  Van het kleine
  Zeegehucht,
Waar de dichte schepenmasten
Fijne, lichte strepen krasten
  In de reine lucht,
Waar de paarlemoeren vlakte
Onder bleeke hemelstrakte
  Rustig openglanst,
En de blanke schitterschijn der
Zon een pad schiep naar den einder,
Waar het licht al deinend danst.


[Coster Pagina]

Opmerkingen aan: coster@dds.nl.