HTML> Jacob Campo Weyerman -- Klinkdicht aan mevrouw Oeveraaas

KLINKDICHT
aan
Mevrouw Oeveraas

Jacob Campo Weyerman


Ik ly meer als een ziel gedoemt ten vagevuur,
Meer als een minnaar die Korinnas lonk moet derven;
Meer als een waarent spook, dat by de nacht loopt zwerven;
Hun lyden is bepaalt, en 't myn is op den duur.

'k Schrik voor den dageraat en ook voor de=Avonduur;
Ja zelfs het druyvennat dat ons de rust doet erven,
Verhaast myn tanden wee; >k moet vreugde en wellust derven;
'k Ontzie de hette en koude, en ook het zoet en zuur.

'k Schrik, als een jonge pop my Hebes krytberg toont,
Want schoon die zee van room myn graage minlust troont,
Ik durf geene oorlogs lans in Venus strydbaan vellen.

'k Schrik --- maar dit kreupeldicht loopt op zyn laatste gras,
Dat stamert wie >k thans ben, niet wie >k eertyds was:
Vergeef uw vriend, Mevrouw, die bromt, doch niet kan spellen.


Korte toelichting

Toelichting: J.C. Weyerman heeft dit klinkdicht (sonnet ) opgenomen in zijn weekblad De Laplandschen Tovertrommel van maandag 16 juli 1731. Terwijl hij vreselijk aan tandpijn leed, werkte hij aan dit liefdesgedicht.

Frans Wetzels


Ingezonden door Frans Wetzels
HTML: Marc van Oostendorp, voor Laurens Jz. Coster