Jacob Winkler Prins (1849-1907)

Overvloed

De boomen hebben overvloed van blaren.......
De wind komt aan in speelschen tuimeldraf
En schudt het bloemblad bij millioen af
En doet ze als scheepjes op de liuchtzee varen.

Uit hauw en doos van orchidee en varen
Stuift wolk aan wolk van poeirig goudbruin kaf
Neer op den harden klinkerweg asl graf......
Niets wordt er, niets, uit veel miljoenen paren.

De menschen hebben overvloed van woorden
En groote steden overvloed van poenen,
En strenge heeren overvloed van koorden,

Verliefde kindren overvloed van zoenen,
En overvloed van bloemen waterboorden,
Niets wordt er, niets, uit talloos veel miljoenen.
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 8 september 1996


Coster-pagina