Jacob Winkler Prins (1849-1907)

Plombenblad

O, plompenblad, dat schommelt
Al op en neer als ít water deint;
Doch groener nog dan ít kroosveld schijnt,
Wanneer ge r opsteekt overeind,
Tot gij verzinkt, verschijnt, verdwijnt,
Als ít onweer, nu het daglicht kwint,
Schor rommelt!

O groene bies, bewogen
In de onbewogen avondlucht
Door ít vallen van een beukevrucht,
Door ít suizen van een vlindervlucht,
Door ít koeltje dat uit ít Zuiden zucht,
Maar tot den grond door ít stormgerucht
Gebogen!

O, paardebloem aan ít bloeien!
Zoo vrolijk geel, zoo zonnig teer,
Op ít weiland aller bloemen heer;
Maar blaast het kind straks op u neer,
Dan zie ik, hoe zich keer na keer,
De zaadjes, als de donzen veer,
Voortsproeien!

O, plompenblad, bies, bloemen!
Gij spiegels van mijn zielsverdriet,
Van al wat ít leven bitters biedt
En wat men zelden duidlijk ziet;
Gevoelend waar men vol van schiet;
De wondre dingen, die men niet
Kan noemen!
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 8 september 1996


Coster-pagina